Netwerkbudget

Money cash money change coins money

‘Deze discussie gaat helemaal de verkeerde kant op!’, zei een deelnemer aan het gesprek. Een bijzonder moment. Eerst zaten we allemaal saamhorig ideeën uit te wisselen. Opeens sloeg de sfeer om en werd het grimmig.

‘Jij nodigt ons uit voor een kennisbijeenkomst om een plan te ontwikkelen, maar jij wordt daarvoor betaald,’ ging een ander verder. ‘Jullie krijgen subsidie van de overheid, maar ik moet het er allemaal even gratis bij doen.’

Stilte.

‘Vandaag zit ik hier ook weer onbetaald kennis te delen. Jij krijgt je salaris, maar ik moet als zelfstandige ook zorgen voor brood op de plank!’

De discussie ging in ieder geval een interessante kant op.

Steeds vaker hoor ik initiatiefnemers en sociaal ondernemers zich hardop afvragen wat zij zelf eigenlijk opschieten met de bijeenkomsten waarvoor kennisinstellingen en overheden hen uitnodigen. En terecht.

Uit de wrijving in het gesprek ontstond een glans. Een oplossing diende zich aan. Een oplossing die ik toevallig enige weken voor de bijeenkomst, zelf ook al had toegepast. Ik wilde een inventarisatie laten uitvoeren naar de aard, omvang en impact van maatschappelijk initiatief in Nederland. Daarvoor wilde ik diverse experts laten raadplegen. Maar als mensen voor hun bijdrage een paar uur tot misschien wel een halve dag werk hebben, is het wat veelgevraagd om dat er ‘even bij’ te doen. Lees: er even ‘gratis’ bij te doen. Een kleine vergoeding is dan op zijn plaats.

Dus werd een potje waarmee al deze contribuanten voor hun inspanningen betaald konden worden, onderdeel van de begroting van mijn opdrachtnemer.Voor mij vanuit het ministerie een administratieve hel om zoiets zelf te organiseren, maar via de flexibele (boek)houding van de opdrachtnemer was het uitkeren van vele kleine bedragen aan diverse contribuanten prima te doen.

Een netwerkbudget: even simpel als doeltreffend. Geen onderlinge scheve gezichten, maar betaling naar waardetoevoeging. Want samen werken aan de sector maatschappelijk initiatief en sociaal ondernemerschap en daarbij onze kennis vermenigvuldigen, daar is het ons toch om te doen?

Nu zeg ik niet dat iedereen altijd overal voor betaald moet worden. Het mooie van kennisdeling is juist dat je elkaar vaak (gratis) op een snelle en eenvoudige manier kunt helpen. Gratis kennisdeling is ook een vorm van contact maken en acquisitie.

Ik zeg dat het een kwestie is van fasering en intensiteit. Zodra je de juiste mensen gevonden hebt en de intensiteit toeneemt, is een netwerkbudget een prachtig instrument om verschillende mensen terug te betalen voor hun inbreng. Zodat er naast voldoende kennis ook voldoende broden op de planken komen.

Foto door: @Doug88888

Plekken met potentieel

yellowcarIn de jaren tachtig ging een groep CEO’s van Amerikaanse autobedrijven op werkbezoek naar Japan. Ze wilden meer te weten komen over de werkwijze van Japanse fabrikanten. Eenmaal terug in Amerika vroeg een adviseur één van de CEO’s wat hij had gezien en geleerd.

‘Niet veel,’ antwoordde hij. ‘Het was een poppenkast.’

‘Waarom zeg je dat?,’ vroeg de adviseur.

‘Ik heb in mijn leven heel wat assemblagelijnen gezien. En wat zij ons voorschotelden was geen echte fabriek,’ zei hij. ‘Het was allemaal voor de bühne. Ze hadden van tevoren alles netjes opgeruimd. Er waren geen voorraden. Er lag zelfs geen spatje olie op de grond! Het was een grote mooi-weer-show.’

Deze CEO en zijn branchegenoten waren getuige geweest van een revolutie in productietechnologie: de overgang van conventionele productiemethoden naar ‘lean production’. Hoewel ze de nieuwe werkwijze met hun eigen ogen hadden aanschouwd, waren ze niet in staat deze informatie te verwerken. Hun denkwijze was zo sterk beïnvloed door de toenmalige manier van werken, en door bijbehorende ideeën over bijvoorbeeld hoe een fabriek eruit hoort te zien, dat de nieuwe aanpak eenvoudigweg niet tot hen doordrong.

Ze namen de veranderende realiteit niet waar, omdat ze vastzaten in hun aannames en overtuigingen.

Een soortgelijke situatie neem ik soms waar als het gaat over managers in de rijksoverheid en hun denkwijze over maatschappelijk initiatief en sociaal ondernemerschap. Een tijdje geleden sprak ik met collega’s over de ‘city deals’ in Agenda Stad. In Den Haag is het sluiten van deals een gebruikelijke strategie. Dergelijke deals worden in ons poldermodel veelal gesloten tussen politici en partijen die een bepaalde ‘achterban’ vertegenwoordigen. In het akkoordendenken zijn maatschappelijk initiatiefnemers en sociaal ondernemers afwezig. Deals worden gesloten zoals ze gesloten worden. Dat is een bestuurlijke aangelegenheid. Een zaak tussen landelijke en lokale bestuurders, een paar koepels en wie weet een paar grote bedrijven. Initiatieven zijn klein, informeel, gefragmenteerd en ongeorganiseerd. Vanuit het Haagse akkoordendenken zijn ze irrelevant.

Anderen vinden het onbestaanbaar als initiatiefnemers niet bij het sluiten van ‘city deals’ betrokken zouden worden. Dat zou een totale miskenning van de realiteit zijn. Een realiteit waarin niet politieke akkoorden en allerlei bestuurlijke deals maar de projecten van talloze initiatiefnemers en ondernemers de sturende krachten zijn van de steden. Vanuit dit perspectief is het eerder tijd om af te stappen van het denken vanuit deals met vertegenwoordigers van hun achterbannen. Een overheid die initiatiefnemers en sociaal ondernemers serieus neemt, die innovatie in de stad serieus neemt, gaat met hen in gesprek. En als er deals moeten komen, in welke vorm dan ook, dan behoren deze groepen daarin een betekenisvolle rol en positie te hebben.

Een aantal autofabrieken van de groep CEO’s ging failliet. Ze waren niet in staat de nieuwe realiteit waar te nemen en zich aan te passen. De overheid heeft dat marktmechanisme niet. Kunnen bestuurders en ambtenaren daardoor langer zonder gevolgen ‘blind’ zijn voor een nieuwe realiteit? Misschien wel, maar ze vergroten daarmee de kansen dat politiek en ambtenarij zelf irrelevant worden.

Er is een goed medicijn. Ga erop uit naar ‘plekken met potentieel’: de plekken die je direct in aanraking brengen met de nieuwe en ontluikende maatschappelijke ontwikkelingen. De toekomst is altijd al aanwezig in het hier-en-nu.

Maar er is meer nodig, zo leert het verhaal van de autofabrikanten ons. Je dient jezelf te blijven trainen in de mentale toestand van een werkelijk open geest. Leren je oude gewoonten en denkwijzen los te laten en oordelen uit te stellen. Pas dan kan je in staat zijn werkelijk contact te maken met de nieuwe veranderende realiteit om je heen. En dan zal je merken dat die realiteit langzaam maar zeker ook jouzelf gaat veranderen.

Deel je kameel

deeljekameel

Een man maakt een tocht per kameel. Hij reist door de woestijn van een vreemd land. Opeens ziet hij een groep kamelen met drie huilende mannen.

‘Waarom huilen jullie?’ vraagt de toerist.

‘Wij zijn drie broers en onze vader is recent overleden,’ begint de eerste broer.

‘Mijn innige deelneming voor dit grote verlies,’ zegt de toerist.

Lees verder

Autonome professionals

Autonome professionals

Als iemand zichzelf als filosoof introduceert, schept dat zo zijn verwachtingen. Toen tijdens een groepsgesprek over sociale grondrechten een filosoof het woord nam, spitste ik mijn oren. Hij sprak lang en drukte hij zich uit in allerlei abstracte en theoretische noties. Misschien wel precies zoals je van een filosoof verwacht. Ik vond het wel een interessant verhaal en wilde wel eens met hem van gedachten wisselen.

Lees verder

Eigenzinnig

blikbuiten2

Blog op uitnodiging van directie Kennis, Innovatie en Strategie van het ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM)

Beste IenM’er, vertel eens. Waaraan heb jij vorige week je tijd besteed? Was je bezig met een nota? Of buiten op pad, in gesprek met de burgers van Nederland? Ik weet het antwoord. En ik begrijp je. Bij BZK zit ik in precies hetzelfde spanningsveld.

Lees verder

Aansluiting

Transitiemodel

Dit keer geen blog maar een reflectieverslag van een bijeenkomst over de aansluiting tussen initiatiefnemers en beleidsmakers bij het ministerie van EZ. Ik was daar uitgenodigd als één van de sprekers en gaf feedback met behulp van het bovenstaande transitiemodel.

Twee dingen bleven me bij als rode draad: transitiemanagement gaat over macht en over het lef om tegen de macht in te gaan, en transitiemanagement gaat over écht anders kijken.

Voor het reflectieverslag (6 pagina’s) klik hier.

 

Goed doen

GoedDoenNL2

‘Waarom is het in Nederland zo moeilijk om goed te doen?’, verzuchtte een financieel expert. Hij was één van de deelnemers aan een sessie over ‘knelpunten in de doe-democratie’. Diverse duo’s van maatschappelijk initiatiefnemers en gemeenteambtenaren hadden knelpunten beschreven die zij ervaren bij de realisatie van maatschappelijk initiatief. Het waren knelpunten rondom aanbestedingen, belastingen en aansprakelijkheid.

In diverse gedaanten zag ik dezelfde onderliggende spanningen terugkomen. Overheidsprocedures zijn gericht op grote organisaties. Initiatieven zijn kleinschalig. Overheidseisen zijn geënt op professionals. Initiatiefnemers zijn semiprofessionele betrokkenen. Overheden denken en werken vanuit sectorale indelingen. Maatschappelijke initiatieven combineren allerlei functies, dwars door de sectoren heen.

Lees verder