Zingeving

zingeving

Toespraak op het afscheidsfeest van het team doedemocratie van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK):

Hallo allemaal, wat fijn dat jullie allemaal gekomen zijn naar ons feestje. Ik zou graag even het woord tot u willen richten. En dat begint met het verhaal van de stakende leraar.

Een aantal jaren geleden protesteerde een leraar tegen de zoveelste bezuiniging op onderwijs. Samen met andere collega’s stond hij op het Malieveld. Een voorbijganger sprak de stakende leraar aan en vroeg naar zijn motivatie.

Na een gloedvol betoog over het belang van onderwijs, en de manieren waarop dit kabinet bezig was het onderwijs kapot te maken, eindigde hij met de zin:

‘Maar uiteindelijk denk ik dat het toch allemaal wel goed zal komen.’

‘Wat zegt u?’ vroeg de voorbijganger. ‘Zegt u dat het allemaal wel goed zal komen? Maar waarom staat u hier dan? Als u denkt dat het allemaal wel goed komt, hoeft u toch ook niet te protesteren?!’

‘Uiteindelijk zal het wel goed komen,’ zei de leraar, ‘en ik sta hier om ervoor te zorgen dat dát proces wat sneller gaat.’

Ik versnel de richting, die het uiteindelijk toch wel opgaat.

Toen ik begon bij het team doedemocratie, was er een zogeheten ‘versnellingsagenda doedemocratie’. Het stond beschreven in zoiets als een ‘kabinetsnota doedemocratie’.

Als doedemocratie is wat wij beogen, en als wij denken dat het die kant opgaat, dan zijn wij wellicht de mensen die dat proces wat kunnen versnellen.

En dus noemden wij onszelf:

versnellers van de doedemocratie.

Dat vond ik om verschillende redenen een mooie titel. Je ziet genoeg mensen voorbij komen die hun baan omschrijven als ‘Hoofd van de afdeling X’, of ‘Leider van team Y’. Sommigen van hen mogen ook graag vertellen: ‘Ik heb x aantal mensen “onder mij” en “Ik ga over zoveel budget”. Dit soort titels en uitspraken zegt iets over de bureaucratische context waarin de mensen werken, maar niets over de maatschappelijk opgave waarmee zij zich bezig houden. Ze geven blijk van een blik naar binnen en beneden, in plaats van naar buiten en naar boven. Ze zijn niet gericht op het grotere verhaal, het grotere vraagstuk waaraan ze bijdragen. Maar bij een ‘versneller van de doedemocratie’ is gelijk helder waaraan hij beoogt bij te dragen.

Bovendien zijn veel van die bureaucratische titels voor buitenstaanders volledig onbegrijpelijk. Ik heb een tijdje de volgende functienaam gehad: ‘senior coördinerend medewerker toezicht IB/BKWI en SVB’. Leg dat maar eens uit. Ik vond het helemaal niks.

En dus wilde ik een andere titelnaam op mijn kaartje hebben staan. Maar destijds bij het ministerie van Sociale Zaken, kon dat helemaal niet. De procedures voor ‘kaartjes drukken’ waren helemaal dichtgeregeld: enkel de formele functienamen werden geprint op de visitekaartjes, en daarmee basta.

Mijn blijdschap was dan ook groot toen ik op het intranet van het ministerie van Binnenlandse Zaken een ‘zelfservice module visitekaartjes’ ontdekte. Nu had ik ook een officieel visitekaartje met rijkslogo waarop de geuzennaam ‘versneller doedemocratie’ prijkte.

Je moet de ruimte benutten die er is!

Maar naast het feit dat deze titel de grotere opgave uitdrukt waaraan wij werken, en het feit dat hij begrijpelijk is, is er een derde reden waarom ik van deze naam genoot.

Het leidde namelijk tot de mooiste gesprekken met mensen. Als je ergens wordt uitgenodigd voor een bijeenkomst, dan checken mensen altijd even op internet met wie ze te maken hebben, jullie kennen dat wel. En deze bijzonder titel leidde dan gelijk tot een gesprek over de opgave van doedemocratie, en over wat versnellen is: versnellen, hoe doe je dat?

Kortom: het gesprek ging over de grotere maatschappelijke opgave waaraan we werken, over je eigen rol daarin en je bijdrage daaraan.Een gesprek over zingeving en motivatie dus.

En dat vind ik de mooiste gesprekken.

De doedemocratie. Dat is waaraan wij samen met jullie, in verschillende verbanden hebben gewerkt de afgelopen jaren. Omdat we dat allemaal belangrijk vinden. En omdat we weten dat de verandering die nu nodig is, niet komt vanuit de politiek of vanuit de ambtenarij, en ook niet vanuit het bedrijfsleven, maar vanuit de mensen zelf.

Vanuit sociale bewegingen, sociale initiatieven, en sociaal ondernemerschap. Vanuit alles wat sociaal is dus!

De gemeenschap en het gemeengoed. Daar zit de veranderkracht!

Daar werken we aan, voor en mee, en daarvan maken wij zelf deel uit. Met elkaar zijn wij, zoals we hier staan, ook een gemeenschap. Wij zijn een gemeenschap met versnellers van de doedemocratie.

Iemand vroeg me of het zinvol was naar deze bijeenkomst te komen. Of het zinvol was toe te treden tot deze gemeenschap.

‘Gaat het over de inhoud, komen er workshops enzo?’

‘…ehh, nou nee,’ was mijn antwoord.

‘Komen er mensen die interessant zijn voor mijn netwerk? ’

‘…ehh…ja…dat ook,’ was mijn antwoord.

‘Maar je moet vooral komen, omdat het allemaal erg leuke en gezellige mensen zijn!’, zei ik. ‘Het is vooral gezellig.’

Dat deed me denken aan een uitspraak van mijn moeder die jarenlang bloemiste is geweest. ‘Er is iets met de bloemensector’, zei ze eens. ‘De mensen die in de bloemensector werken zijn altijd vrolijk. Bloemen zijn een vrolijk product: ze ruiken lekker en ze zien er mooi uit! De bloemen maken de mensen vrolijk, en vrolijke mensen werken graag met bloemen.’ Ja, bloemen houden van vrolijke mensen en vrolijke mensen houden van bloemen.

Misschien geldt dat ook wel voor de doedemocratie. Mensen die daaraan werken weten van het belang van de dialoog en deliberatie. Het belang om goed te luisteren en elkaar uit te laten praten. Het respect dat je altijd moet blijven opbrengen voor minderheden en alternatieve standpunten. Democratie niet alleen als concept, maar ook als directe ervaring.

De mensen die in deze sector werken, jullie dus, zijn wellicht daarom betere luisteraars, en daardoor prettig gezelschap om mee om te gaan! Jullie zijn in staat een goed gesprek te voeren, en een goed gesprek te begeleiden. Ja, de democratie houdt van goede gespreksvoerders en goede gespreksvoerders houden van de democratie.

Dat goede gesprek is nu meer dan nodig.

Als je het NOS Jaaroverzicht op je laat inwerken dan kan je maar tot één conclusie komen: de wereld staat in de fik.

Mensen zijn bang, en het bestuur is bang. Iedereen is bang. Er is een stapeling van crisissen: de banken, de economie, de vluchtelingen, het terrorisme. Dat leidt tot een stapeling van angsten. We houden elkaar gevangen in een neerwaartse spiraal.

Het bestuur doet meer en intensiever van hetzelfde. Besluiten worden er nog krachtdadiger doorheen gejast. Het volk wordt bozer en gewelddadiger. De sfeer wordt grimmig en de boel polariseert.

We moeten de opwaartse spiraal weer zien te vinden. En dat kan alleen door de ontwikkeling van nieuwe vormen van economie en democratie. En nogmaals: dat komt vanuit mensen en gemeenschappen zelf.

Maar verandering doet ook pijn. We moeten het oude loslaten, en het nieuwe verwelkomen. Het oude is alomtegenwoordig en bekend. Het geeft ons inkomen, macht en zekerheid. Het nieuwe is eng en onbekend, we weten niet wat het ons brengt.

‘Kijk jullie nou eens zitten’, zei een docent die les gaf tijdens een leergang veranderkunde waaraan ik deelnam.

‘Allemaal een mooie opleiding, en een fijne baan’.

‘En jullie willen veranderen?’

‘Maar wat hebben jullie nu eigenlijk te verliezen?’

En hij had gelijk.

Zo ook was er eens een hoogleraar die zich had voorgenomen om een paar maanden lang andere kranten te lezen dan zijn gebruikelijke NRC en Volkskrant, zodat hij ook andere perspectieven tot zich kon nemen. Zodat hij het gewone volk beter zou begrijpen.

‘Gaat hij ook een tijdje in de schilderswijk wonen dan?’, vroeg een burgemeester.

En hij had gelijk.

En toen kwam de reorganisatie. En het werd al snel duidelijk dat er een andere wind ging waaien in het departement. Tweets werden gemonitord, sommige collega’s werden gekleineerd, anderen werden opeens doodgeknuffeld. Een soort Poolse toestanden.

In één van de toelichtingsronden op de reorganisatie zei een manager nogal expliciet:

‘de functie van versneller doedemocratie zal bij de reorganisatie verdwijnen’.

Ik was vereerd door deze bijzondere vermelding van onze geuzennaam.

Ik herhaal, hij zei: ‘de functie van versneller doedemocratie zal bij de reorganisatie verdwijnen’.

We hebben toch maar mooi bereikt dat sommige collega’s denken dat ‘versneller doedemocratie’ een formele functie is, die je weg kunt reorganiseren!

Als je de ruimte pakt om zelf een functienaam te verzinnen, dan creëer je ook in de bureaucratie nieuwe feiten, zo zie je maar weer!

Toen we als team onze reactie op de reorganisatie aan de DG gingen versturen, was er een gedenkwaardig moment:

Vanuit wiens mailbox gingen wij deze kritische reactie versturen? Wiens carrière ging we hier aan gruzelementen helpen?

Dan maar de mailbox van Jan, die gaat toch binnenkort met pensioen!! En terwijl we er om moesten lachen, keken we elkaar aan en wisten we genoeg: we zijn zo langzamerhand in een angstcultuur beland.

Natuurlijk gingen wij allemaal in verschillende snelheden en in verschillende volgordes de bekende fasen van rouw door: ontkenning, woede, verzet, neerslachtigheid, acceptatie, enzovoorts.

Een tijdje geleden kwam ik Ron tegen, en we spraken over dit aanstaande feestje. ‘Ga je weer lekker de disckjockey uithangen?!’ Vroeg ik hem.

‘Nee joh, wat denk jij wel. Ik voel me echt niet zo dat ik eens lekker ga feesten.’ Ron was nog steeds boos en teleurgesteld.

‘We gaan gewoon lekker bieren man!, het is feest hoor!,’ zei ik. Dus als je dadelijk tegen Ron aanloopt, haal dan nog een extra biertje voor hem.

Waar ik trots op ben is dat we als team, ondanks de sfeer van angst en tweespalt, een hechte mini-gemeenschap zijn gebleven. Zoals wij ook, zoals we hier staan, met elkaar een gemeenschap zullen blijven, BZK-reorganisatie of niet.

Want wat ons heeft geholpen is om terug te keren naar de vraag wie we zijn en waaraan we bijdragen. De zingevinsvraag, daar is ie weer.

We werken aan iets dat groter is dan wijzelf.

En dat is dus ook groter dan een afdeling, directie, manager, directeur of minister. Groter dan een ministerie of de politiek.

Het mooie daarvan is, dat je kunt blijven bijdragen, ongeacht de plek waar je zit.

Dus wij zeggen vandaag ‘Doei!’ tegen het team doedemocratie bij BZK, en we vieren eens te meer de maatschappelijke opgave waaraan wij werken.

Ik zeg: lang leve de doedemocratie!

Abonneer u op mijn nieuwsbrief! Wanneer een nieuwe blog verschijnt, ontvangt u per mail een attendering. U kunt u op elk gewenst moment weer uitschrijven.