We zijn levensblind geworden

levensblind

Door het geradicaliseerde neoliberale denken, in combinatie met globale structuren zoals bijvoorbeeld vrijhandelsverdragen die kapitaalstromen en multinationals ruim baan geven, worden wereldwijd sociale en ecologische waarden vernietigd. Multinationals en kapitaalstromen bewegen zich naar die plekken op de wereld waar sociale en ecologische waarden het minst beschermd zijn. De meest kostenefficiënte productie vindt plaats daar waar arbeid het goedkoopst is, en arbeidsomstandigheden en het milieu het minst beschermd zijn. Deze productie onttrekt ter plaatse de sociale en ecologische waarden. Het globale bedrijfsleven dringt binnen bij de sociale en natuurlijke gastheer, het onteigent de sociale en natuurlijke omgevingen, en neemt deze over. Het slurpt ze leeg en verarmt ze. Wanneer alle waarde is onttrokken en ‘vermarkt’, of wanneer de nationale en lokale samenlevingen beschermingsmuren optrekken in de vorm van bijvoorbeeld sociale wetgeving en milieuregels, dan verplaatst de bedrijvigheid van multinationals zich naar een volgende plaats op de wereld, waar de sociale en ecologische waarde-extractie en vernietiging continueert. De groei van financiële winsten voor aandeelhouders van multinationals heeft samenlevingen en de aarde nu uitgehold en uitgeput tot op een niveau waarop herstel bijna onmogelijk is geworden.

Dit ‘marktfundamentalisme’ zijn we normaal gaan vinden. Bij ‘de markt’ denken we aan de neoliberale globale versie van de markt, en we passen dit concept kritiekloos toe op lokale, regionale en nationale markten. Het is dit type ‘marktdenken’ dat onze gedachten stuurt, dat de meningen en visies van veel mensen bepaalt, en dat ons verblindt.

Een gesloten waardeprogramma

Er is een gesloten waardeprogramma actief, een dogma, dat ‘dé markt’ neerzet als een systeem met vaste wetten, en als een autonome entiteit. ‘De markt’ heeft zijn eigen wetten, is onfeilbaar, waardevrij en in control. De werking van de markt is onveranderbaar, het is een blauwdruk. Sterker nog, degene die stelt dat het hier gaat om een specifieke interpretatie van markten en hun werking, degene die stelt dat er ook andere typen markten zijn, en dat een andere aard van de economie wenselijk en mogelijk is, die wordt geridiculiseerd, voorgesteld als iemand met onvoldoende kennis van zaken, neergezet als naïef, idealistisch, extreem links, tegenwerkend, of ideologisch. Het fundamentalistische marktdenken bestrijdt elke vorm van kritische analyse en wijst op het onheil dat op de samenleving afkomt als we de wetten van de markt niet gehoorzamen. Dé markt geeft ‘vrijheid’ en ‘welvaart’, en is de enige optie, er is geen alternatief. Wie kritiek heeft is tegen vrijheid en tegen welvaart. Economische groei geeft werkgelegenheid en vooruitgang voor iedereen, is goed en wenselijk en wie dat anders ziet bepleit achteruitgang en en slechte, ongewenste situatie. Economische groei is het hoogste doel, en al het andere is instrumenteel: bestuur, zorg, educatie, cultuur, sociale voorzieningen, enzovoorts. Het moet zich aanpassen, flexibiliseren, klein maken, dienend opstellen en de ‘noodzakelijke hervormingen’ doorstaan. Al het andere buiten de markt is niet van waarde, en bestaat eigenlijk niet (‘there’s no such thing as society’) want het heeft geen marktwaarde en ‘kost alleen maar geld’. Afwijking van ‘de markt’ leidt onherroepelijk tot een ramp. Dus we moeten erin mee gaan (‘go with the flow’). Terwijl juist het tegenovergestelde aan de hand is. Juist doorgaan vanuit het paradigma van ongeremde financiële-winst-groei wordt de ondergang van mens en natuur en vernietigt het leven zelf.

Het economisch paradigma is levensblind

In het huidige economische paradigma bestaat de aantasting van het leven niet, want het labelt vervuiling en vernietiging van natuurlijke en sociale levenscondities als ‘externaliteiten’. Vanuit deze logica is de productie van bijvoorbeeld junkfood en wapens altijd goed, zolang het winstgevend is. De dominante economische modellen hebben enkel plaats voor geld, niet voor het sociale en natuurlijke leven. Het paradigma is ‘levensblind’. Daarom kan vanuit deze modellen nooit inzicht en bewustzijn ontstaan over de connecties tussen economische, sociale en natuurlijke waarden.

Veel beleidsteksten en rapporten gebruiken de term ‘globalisering’ en stellen dit voor als een ontwikkeling, een autonoom proces dat ons overkomt. Maar het gaat om een actief programma dat keuzes van mensen beïnvloedt om uiteindelijk alle nationale markten van sociale gemeenschappen te openen en de gehele natuurlijke omgeving ter beschikking te stellen voor financiële winstmaximalisatie.

Voor deze agenda van de globale markt is een discours ontwikkeld dat:

  1. Het begrippenkader en beeldvorming van de traditionele vrije markt benut door zich als traditionele markt te maskeren.
  2. Ter onderbouwing van de voordelen verwijst de klassieke markt zoals beschreven door Adam Smith, terwijl het deze principes schendt.
  3. Allerlei vrijheden en voordelen toeschrijft aan de globale markt, die in de praktijk als onvrijheden en nadelen uitpakken.

1. Globale markt gemaskeerd als traditionele markt

Traditionele markt Globale markt
Investeerder Integraal: investeerder = producent = verkoper Gesplitst: Investeerder ≠   producent ≠ verkoper
Product Voedsel, streekproducten op basis van natuurlijke behoefte Elk product dat verkoopt op basis van kunstmatig opgewekte wens
Productiemethode Manueel Machinaal
Verkoopinformatie Persoonlijke kennis Advertenties in             massamedia
Kopers Lokale mensen Massa overal ter             wereld
Prijs Via lokale, directe, face-to-face onderhandeling, cash Vaste prijzen, geen onderhandeling, digitaal
Verkoopplek Open ontmoetingsplek: plein, hal Winkelruimte in eigendom, of direct via magazijn
Economie Levensgroei Financiële-winst-groei

Het globale systeem met als doel financiële-winst-groei voor aandeelhouders doet zich voor als een lokaal systeem van persoonlijke productie voor medeburgers. Junkfood en niet-noodzakelijk spullen worden bijvoorbeeld gepresenteerd als noodzakelijke levensgoederen. In reclames wordt het gebruik of bezit van deze goederen bijvoorbeeld geassocieerd met levensbronnen en natuurlijke bronnen (liefde, zonsondergang, mooie stranden, gezondheid, enzovoorts.). We spreken bijvoorbeeld over de globale marktplaats, hoewel deze niet aan enige plaats gebonden is.

2. Schending van klassieke marktprincipes

McMurtry (1999) toont overtuigend aan dat de huidige globale economische orde geheel tegengesteld is aan de ‘vrije markt principes’ van Adam Smith. De globale vrije markt schendt de uitgangspunten van Adam Smith.

Adam Smith stelde namelijk allerlei voorwaarden aan de werking van markten, willen deze het algemeen belang kunnen dienen. Voorwaarden waaraan de globale markt niet voldoet.

Conditie

Schending
1. Geen monopolie of oligopolie van productie of distributie. Bij diverse typen producten en diensten is er sprake van een monopolie of oligopolie van multinationals, ondersteund en in stand gehouden door overheidssubsidies.
2. Kapitaal en financiële winsten worden geherinvesteerd in de binnenlandse productie en vloeien niet weg naar het buitenland. Financiële winstgroei voor aandeelhouders in combinatie met internationale kapitaalstromen en mondiale logistieke processen leiden ertoe dat de financiële winsten wegvloeien naar het buitenland en niet geherinvesteerd worden op de plaatsen waar de producten worden gemaakt.
3. Investeringen zijn productief en creëren reële waarde. De productie leidt tot een bepaald verkoopbaar goed dat waarde toevoegt en waarvan de waarde blijft bestaan nadat het door mensen is geproduceerd. De grootste investeringen gaan naar financiële producten, in een financiële economie, zonder dat daar enige menselijk arbeid en reële goederenproductie en waardetoevoeging aan te pas komt.
4. Geld dient enkel en alleen de circulatie van verbruiksgoederen, voorraden, materialen, en finale producten. Van geld meer geld maken is het hoofddoel geworden. Middelen daarvoor zijn onder andere de financiële handel in aandelen, derivaten en valutaspeculaties, en tal van andere exotische financiële producten.
5. Geld moet geherinvesteerd worden in productieve banen. Fusies en overnames en de ontmanteling van de publieke sector leiden tot een enorme vernietiging van banen.
 6. Belastingheffing vindt plaats naar betaalvermogen en vooral door de mensen die van de voordelen van overheidsregelingen genieten. De meerderheid van de bevolking betaalt voor de overheidsregelingen waarvan een kleine groep multinationals en internationale investeerders voordeel heeft. Grote bedrijven en zeer vermogende mensen hebben en krijgen allerlei mogelijkheden om minder tot geen belastingen te betalen.
7. Indammen en beperken van de macht van handelaren en vorsten. In de globale markt draait het om financiële winst-groei als enige en hoogste doel, zonder enige beperking.

De ‘onzichtbare hand’ is door het gesloten marktwaardeprogramma onconditioneel gemaakt en geradicaliseerd. Het is geperverteerd in het tegenovergestelde van wat Adam Smith beweerde, met als gevolg een plundering en destructie van publieke waarde.

3. Veronderstelde vrijheden en voordelen

Onder andere op basis van het werk van Friedrich Hayek is een heel raamwerk van begrippen en betekenissen ontwikkeld. Dat discours koppelt een specifieke, radicale interpretatie van de markt aan allerlei vrijheden en voordelen. Mensen zijn in dit discours gesocialiseerd en het discours zelf is ‘genormaliseerd’. Dat wil zeggen dat mensen het als waardeneutraal en ‘bewezen’ ervaren. Een andere discours vinden ze ‘ideologisch’ en ‘waardegeladen’, zonder het besef dat het huidige discours ook ideologisch is, ook een ‘frame’ is, en ook uitdrukking geeft aan waarden, hier: marktwaarden. Hieronder worden deze veronderstelde vrijheden en voordelen op basis van McMurtry van repliek voorzien. Zo ontstaat een scherper beeld van het contrast tussen de principes van de financiële-winst-groei economie en de levensgroei-economie.

Stelling vanuit de financiële-winst-groei economie Repliek vanuit de levensgroei-economie
1. De vrije markt geeft je de vrijheid om te consumeren wat je nodig hebt en wenst. Als je niet genoeg geld hebt om ‘in de vrije markt’ eerste levensbehoeften zoals voedsel te ‘consumeren’, dan ga je dood. In ‘de vrije markt’ koop je de vrijheid. Mensen zonder geld hebben geen vrijheid om te leven.
2. De vrije markt geeft je de vrijheid om goederen of diensten te verkopen tegen elke prijs waarvoor je een transactiepartner kunt vinden. De vrijheid om te verkopen geldt enkel voor mensen die niet zichzelf of hun werk hoeven te verkopen om te overleven.
3. De vrije markt geeft iedereen de vrijheid om te produceren wat ze wil. Echte vrijheid om te produceren zou betekenen dat iedereen, inclusief werknemers, de vrijheid heeft te bepalen wat te produceren en hoe dit te produceren. Maar die vrijheid is er niet. De verplichting naar de aandeelhouders, de verplichting tot financiële winstmaximalisatie, dicteert de relatie tussen producent/werkgever en werknemer. Werknemers moeten daarvoor de aanwijzingen van werkgevers/producenten opvolgen.
4. de ‘vrije markt’ voor producenten, kopers en verkopers is en moet vrij zijn van elke vorm van externe controle. De productie en uitwisseling van goederen en diensten tussen kopers en verkopers komt volledig zonder overheidsinterventie tot stand. De vrije globale markt maakt juist volop onbetaald gebruik van overheidsinterventies. Denk aan overheidsinterventies voor de veiligheid: de politie en het leger, die ook eigendommen van bedrijven beschermen. Denk aan investeringen in de infrastructuur: vaarwateren, wegen en snelwegen om goederen te vervoeren. En denk aan de beschikbaarheid van goed opgeleide mensen via investering in onderwijs, en de beschikbaarstelling van natuurlijke bronnen ter exploitatie door bedrijven.
5. De vrije markt verlaagt de kosten van productie en distributie. Kostenverlaging voor multinationals betekent kostenverhoging voor mensen, overheden, maatschappijen en het milieu.
6. Multinationals hebben lagere kosten per stuk door hun hogere investeringskracht, inkoopkracht, machineparken en enorme productievolumes. Tegenover schaalvoordelen bestaan schaalnadelen:Schaalvoordelen van multinationals duwen lokale, kleine producenten de markt uit. Bovendien leiden schaalvoordelen tot een homogenisering van productiemethoden en productaanbod. Zo ontstaat een monocultuur van producten, en uiteindelijk een ‘monocultuur van de geest’: alles gaat op elkaar lijken.
7. De markt ‘bevordert democratie’. De vrije markt als ‘democratie-bevorderaar’ wordt zelden weersproken. Er bestaat echter nauwelijks bewijs ter ondersteuning van de stelling, en veel bewijs dat het tegendeel aantoont: globale markten ontdemocratiseren.

 

Zo lang democratie zich beperkt tot verkiezingen van partijen en politici die het dominante economische paradigma van de financiele-winst-groei economie niet durven uitdagen, blijft de democratie in de ban van grote bedrijven en banken. Partijen en agenda’s worden zo overgenomen door dezelfde marktprincipes, manieren van denken en redeneren, en een kritische, alternatieve benadering -de levensgroei-economie- verstomt en ontbreekt. De crises worden te lijf gegaan met ‘meer van het zelfde’ en ‘intensiever van hetzelfde’. Waardoor de problemen verergeren, met als gevolg nog meer vernietiging van het sociale en natuurlijke leven. Het is daarom tijd dat meer mensen anders gaan kijken, denken, voelen en praten. Het is tijd dat ons bewustzijn zich naar een volgend niveau ontwikkelt. Een bewustzijn dat het sociale en natuurlijke leven centraal stelt.

 

Literatuur

John McMurtry (1999), The cancer stage of capitalism, Pluto Press, London.

Foto: Pablo Lorenzo

Voor een uitgebreidere versie van dit artikel, klik hier.

Ervaring op de hinkelbaan

hinkelen2

Ik herinner me nog goed die ene microseconde. De blik van verstandhouding, de check. Ik haalde mijn dochter op van de basisschool. Op het schoolplein stonden diverse ouders te wachten. Sommigen waren druk met elkaar in gesprek. Anderen keken rustig om zich heen, of speelden met hun mobieltjes. De schoolbel ging en één voor één stormden groepjes leerlingen de klaslokalen uit. Een aantal kinderen ging direct met hun ouders mee naar huis. Andere kinderen bleven op het schoolplein met hun ouders staan praten. Ze vertelden hun ouders over de belevenissen die schooldag.

Lees verder