Routines

routines

Eigenlijk was het ding al ongeschikt op het moment dat ik hem kocht. Op de verpakking zag de radiowekker er prima uit. Gewoon de basisfuncties, verder geen franje. Prima. En lekker goedkoop hè.

Eenmaal aangesloten bleek de wekkerradio niet alleen op de alarmtijd de slaap te verstoren. Als het slaapkamerlicht uitging, ontstond via de fel schijnende cijfers een strook gele neonverlichting in de kamer. Mijn vriendin vond het geen fijne aankoop. Maar ik vond het wat overdreven de wekkerradio terug te brengen naar de winkel, alleen maar omdat de cijfers teveel licht gaven in het donker.

Ik ontwikkelde twee routines. De eerste routine was de alarmklok voor het slapen wat naar de muur te draaien, zodat de lichtbundel wat werd gedimd. De tweede routine was op vrijdagochtend niet enkel op de ‘snooze-knop’ te drukken, maar ook het schuifje op het apparaat te bewegen waardoor het alarm, met het weekend in aantocht, volledig werd uitgeschakeld.

Inmiddels was het al een paar keer gebeurd dat het apparaat vroeg op de zaterdagochtend begon te toeteren. Dit verhoogde de acceptatie van het apparaat door mijn vriendin niet.

We hebben het apparaat overleefd. Recentelijk ging ie kapot. Om dit heugelijke feit te vieren, kreeg ik van mijn vriendin een nieuwe wekkerradio cadeau. Ze had het supersonische apparaat met veel zorg geselecteerd. Niet eerder heb ik zoveel technologie in een wekkerradio ontwaard. Ik hoefde geen tijd in te stellen: het apparaat wist al hoe laat het was. Het maakte ergens contact met een satelliet of zo. Overschakelen van zomer- naar wintertijd en andersom, ook dat deed het ding helemaal zelf. Verder had het apparaat automatisch alle beschikbare radiozenders opgezocht en geprogrammeerd. En het radiosignaal weigerde te kraken: het was volledig digitaal.

Alleen ja, ik had zo mijn routines. De draai naar de muur was vrij snel uit mijn systeem. De schijnintensiteit van de cijfers van de nieuwe radiowekker paste zich automatisch aan de lichtintensiteit van de omgeving aan. Ik vermoed dat deze ‘super feature’ bovenaan stond op het lijstje met selectiecriteria van mijn vriendin…
Mijn tweede routine was iets hardnekkiger.

Pas nadat ik een paar weken op de vrijdag het alarmsysteem volledig had uitgeschakeld om op zaterdag zorgeloos te kunnen uitslapen, begon bij mij een lampje te branden. Ik kon het alarmsysteem gewoon aan laten!

Dit hoogtechnologische beestje had me eerder gevraagd op welke dagen van de week ik een alarmsignaal wenste. En daar zaten de zaterdag en zondag niet bij. Ook de dagen van de week bijhouden kon ie als de beste. Dus wist ie precies wanneer ie wel en niet moest loeien.

Maar ik, ik handelde nog precies zoals in de tijd van mijn domme gele schijnwerper.

Nu denkt u misschien dat mijn vriendin volledig meegaat met de laatste techniek, en alleen ik moeite heb routines los te laten. Dan geef ik u een tweede voorbeeld van de relatie tussen mens en techniek, waarin mijn vriendin de hoofdrol speelt.

In onze vorige woning hadden we een geiser. De geiser had enige tijd nodig om het water op temperatuur te krijgen. Een douchebeurt begon met veel koud water.

Mijn vriendin had daarom de routine ontwikkeld eerst de douche aan te zetten, dan enig uitkleedwerk, toiletbezoek en andere activiteiten te verrichten, en pas daarna onder de douche te stappen, die tegen die tijd op temperatuur was gekomen.

In onze huidige woning beschikken we over stadsverwarming en een douche met thermostaatkraan. Je doet de douche aan, en na een paar seconden is deze op de juiste temperatuur.

Geregeld loop ik echter in een badkamer dampend van de waterstoom van een gloeiend hete douche, waar dan niemand onder staat, want mijn vriendin is haar routines nog aan het aflopen.

De moraal van dit verhaal is dat wij mensen met onze routines doorgaan, terwijl ze door technologische ontwikkelingen volledig achterhaald zijn geworden. Dat geldt voor individuen, maar ook voor teams, afdelingen, organisaties en grotere systemen. Het geldt voor handelingen in enkele seconden, maar ook voor gedrag dat dagen, weken, maanden of jaren kan duren.

Daarom is het niet alleen belangrijk om te kijken naar de nieuwe dingen die we moeten aanleren, maar ook naar de oude dingen die we moeten afleren. En ons niet blind te staren op de nieuwe technologische mogelijkheden, maar oog te houden voor de sociale routines die voortkomen uit het verleden.

Nog ééntje dan. Geregeld pak ik de bus. Mijn vertrekpunt is het busstation. De buschauffeurs komen aanlopen uit een hokje waar ze met elkaar nog even koffie hebben gedronken. Samen met enkele medepassagiers sta ik in het bushokje te wachten. Wij zien dat de chauffeurs zichzelf installeren in hun stoelen waarna ze ons, de passagiers van de eerste halte, ophalen. Om het werk uitdagender te maken wisselen de chauffeurs regelmatig van route. Ik zie dus vrijwel elke dag een andere chauffeur.

De reflex vertoont zich als een chauffeur -een beetje versuft doordat het nog vroeg in de ochtend is, en in gedachten nog bij het koffiegesprek- voor ons de busdeur opent.

Terwijl de eerste passagier binnenkomt en zijn ov-chipkaart tegen de digitale lezer aanduwt, zie ik in een fractie van een seconde de buschauffeur naar zijn datumstempel grijpen. Om de stempel te zetten die in het tijdperk van de strippenkaart zoveel betekenis had.