Ondeugend

ondeugend

‘Hoe ondeugend zijn jullie eigenlijk?’, vroeg de dwarse professor. Hij had ons team zojuist verteld over het grote gebrek bij de overheid aan ambtenaren die weten wat er écht speelt in de samenleving. Ambtenaren die fris kijken en dwars denken. Allemaal een kopje kleiner gemaakt, of uit eigen beweging vertrokken.

Zijn vraag plaatste ons bijna automatisch in de positie om te laten zien dat wij anders waren. Wij waren toch zeker geen ambtenaren die oud kijken en conformistisch denken?

Dus begonnen mijn collega’s te vertellen. Over de diverse experimenten en leerkringen waarbij we betrokken zijn. Over de gewaagde rapporten en de onorthodoxe nota’s waaraan we hebben meegeschreven. Over de innovaties waaraan we hebben meegewerkt en over de bijzondere mensen met wie we dat hebben gedaan. Jazeker, wij waren echt wel fris en ondeugend.

Het zat me niet lekker. ‘Alleen maar eigenwijs zijn is niet genoeg,’ zei ik. ‘Je moet eigenwijs genoeg zijn om te kunnen prikkelen, en aangepast genoeg om te kunnen blijven prikkelen.’ Ik verwoordde een spanning waarmee veel ‘ondernemende ambtenaren’ te maken hebben.

Het goed volgen van de politieke realiteit – en er behendig op inspelen – is een vak. Een vak dat veel tijd en aandacht vraagt. Zo veel, dat mensen zich erin kunnen verliezen. Vraagt een bestuurder om concrete praktijkvoorbeelden dan is er paniek, want die kennen de ingenestelde ‘binnenwerkers’ niet.

Het is ook een vak apart om goed op de hoogte te zijn van de alledaagse realiteit van mensen in Nederland, en van daaruit met mensen mee te denken. Ook ‘buitenwerkers’ kunnen zich in hun vak verliezen. Vraagt iemand om de actuele discussiepunten in het politieke debat dan is er paniek, want die kennen de losgezongen buitenwerkers niet.

De ‘tussenwerkers’ pogen de werelden van ‘straat en staat’ te confronteren en te verbinden. Maar omdat leef- en systeemwereld zich allebei razendsnel ontwikkelen, hebben tussenwerkers een zwaar beroep. Ze zitten qua tijd en aandacht in een permanente spagaat.

Een hoge mate van nesteldrang brengt ambtenaren niet in de problemen. Ben je enkel op de thuisbasis, dan stelt niemand dat ter discussie. Maar als ambtenaren vaak uitvliegen, leidt dat op de thuisbasis tot de vraag: ‘Wat doen die vreemde vogels eigenlijk?’

Prikkels in het systeem duwen de buitenwerkers terug op het politieke nest. Dat gaat dan onder labels als ‘meer politieke sensitiviteit gewenst’ en ‘moet meer intern zichtbaar zijn’. Zo worden buitenwerkers weer binnenwerkers, of vliegen ze helemaal weg.

De kunst en kunde van de tussenwerkers is om voortdurend de juiste balans te vinden tussen ‘ondeugend’ en ‘braaf’, en tussen ‘eigenwijs’ en ‘aangepast’. De veranderkracht komt niet van ambtenaren die alleen maar ondeugend en eigenwijs zijn. De veranderkracht komt van slimme ambtenaren die vaak genoeg op het politieke nest terugkeren om te kunnen blijven uitvliegen naar de maatschappij.

Abonneer u op mijn nieuwsbrief! Wanneer een nieuwe blog verschijnt, ontvangt u per mail een attendering. U kunt u op elk gewenst moment weer uitschrijven.