Gedeelde ruimte

Gedeelderuimte

We gaan hier niet veranderen om het veranderen’. Als je iemand dit hoort zeggen, ben je beland in de oerdiscussie over innovatie en conservatie.

De conservator vindt verandering overbodig. Hij heeft de zekerheid van hoe het nu gaat. En hij ziet dat het allemaal behoorlijk goed loopt.

De innovator vindt verandering broodnodig. Hij heeft ideeën over waar het heen gaat in de toekomst. Hij ziet mogelijkheden om meer waarde te creëren dan nu.

Het is een bekend gezegde dat meer dan zeventig procent van ingezette veranderingen faalt. Volgens veel veranderkundigen zou dat percentage lager kunnen liggen. Als wij veranderprocessen maar beter in de vingers zouden krijgen.

Ik denk van niet. Dertig procent wil verandering, zeventig procent wil het houden zoals het is: dat lijkt me een stabiele verdeling voor homo sapiens. Bijna een natuurwet. De menselijke behoefte aan zekerheid zit diep. Als er echt wat op het spel staat, speelt de meerderheid op safe. Het bekende geeft een veilig gevoel en daar houden we aan vast. Het onbekende geeft een onveilig gevoel en dat duwen we weg.

Verandering begint met verwarring. Conservatoren haken dan af. Ze beginnen te duwen en vragen om helderheid. Innovatoren zijn op verwarring voorbereid en houden langer vol. Ze hebben geleerd dat dieper inzicht alleen ontstaat vanuit aanvankelijke verwarring. Die ervaringskennis vergroot hun vermogen van verwarring te genieten.

Naast een hogere tolerantiegrens voor verwarring onderscheiden innovatoren zich door hun vermogen om in mogelijkheden te denken. Conservatoren zien vooral beperkingen. Ze zeggen dat het niet logisch of realistisch is. Ze willen vooraf bewijs dat het gaat werken. En zo zijn er nog wel meer ‘ideeëndoders‘.

De rolverdeling is als volgt. De innovatoren doen voorstellen. De conservatoren reageren. Het onbegrip groeit. De teleurstelling ook. Als conservatoren nu eens naar de kansen zouden kijken, verzuchten de innovatoren. Als ze eens wat meer gebruik zouden maken van ‘ideeënversnellers‘. Als ze gewoon eens nieuwsgierig zouden zijn naar het onbekende. Als ze het eens zouden ervaren, in plaats van erover te praten. Maar dat doen conservatoren niet. Daar zijn ze conservatoren voor.

‘Ik zie het gewoon niet’, zeggen ze. En in die uitspraak zit de crux.
Conservatoren en innovatoren kijken anders. Ze hoeven elkaars perspectief niet te omarmen. Dat is het uiterste van een volledig gedeeld perspectief. Het andere uiterste is dat de perspectieven zo ver van elkaar verwijderd zijn, dat elk zich terug trekt op het eigen terrein. Conservatoren en innovatoren laten zich dan door gelijkgestemden bevestigen in de juistheid van hun eigen perspectief. En in de onjuistheid van het perspectief van de ander. Niet zelden volgt daarna de veroordeling van de ander als functionaris of – nog radicaler – als mens.

De kunst is in gesprek te blijven en de gemeenschappelijke ruimte te zoeken. Hoe kijk jij, en wat zie je? Waar raken en overlappen onze perspectieven? Kunnen we van daaruit een nieuw perspectief creëren?

Veranderen is de gedeelde ruimte vinden van waaruit partijen elkaars perspectief minimaal als redelijk ervaren. Zonder dat ze het ermee eens zijn of ondersteunen. Dat betekent een dialoog waarin partijen samen waarde onderzoeken. De waarde van repetitie, gewoonte en routine. En de waarde van variatie, uitzondering en verschil. Als die vormen van waarde elkaar echt beginnen te raken, zal niemand veranderen om het veranderen. Tegelijkertijd zal niemand het huidige behouden, om het behoud.

Abonneer u op mijn nieuwsbrief! Wanneer een nieuwe blog verschijnt, ontvangt u per mail een attendering. U kunt u op elk gewenst moment weer uitschrijven.