Digitaal protest

DigitaalProtest

Brian Mettenbrink was altijd al geïnteresseerd in techniek. Als kind las hij boeken over mechanica en wetenschap. Toen hij een computer kreeg, ging hij daarin volledig op. ‘Ik vond het fantastisch om te programmeren’, zegt Brian. ‘Computers doen precies wat je ze vertelt. En als ze rare dingen doen, of vastlopen bij de uitvoering van jouw programma, dan is het jouw schuld als programmeur. Daar hou ik van.’

In 2008 bezocht Brian de site 4Chan.org. Daar las hij een bericht over Scientology. Een groot aantal 4Chan-leden riep op de Scientology kerk op verschillende manieren onder druk te zetten. Oorzaak was dat Scientology volgens de leden van 4Chan een bedreiging vormde voor de vrijheid van meningsuiting, en voor een vrij en open internet. De kerk voerde destijds agressieve rechtszaken tegen academici, journalisten en andere mensen met kritiek. Iedereen die een toen uitgelekte Scientology-video van Tom Cruise op internet plaatste, werd direct door hun juristen gesommeerd deze te verwijderen. Voor de leden van 4Chan was dit onacceptabel. Ze kwamen in verzet.

Eén van de op 4Chan genoemde acties, was vrij eenvoudig: de website Scientology.org zo vaak opvragen, dat deze offline zou gaan. Dit is voor een goede zaak, dacht Brian. Ik werk hieraan mee. Hij downloadde en installeerde een programma genaamd ‘Loic’, vulde wat IP-adressen in, voerde het webadres van Scientology in, en drukte op ‘Go’. Vervolgens werd de Scientology-site vanaf zijn computer in korte tijd 800.000 keer opgevraagd. Loic was een programma om zogeheten DDos-aanvallen uit te voeren. Brian had voor zijn gevoel een daad gesteld. Hij had op zijn manier zijn stem laten horen, en ging verder met zijn leven.

Zes maanden later stond de FBI voor zijn deur. ‘Brian, we willen een vriendelijk gesprek met je hebben’, zeiden ze. ‘Het werd het vreselijkste vriendelijke gesprek uit mijn leven’, vertelt Brian. ‘We gingen aan mijn eettafel zitten en ze begonnen vragen te stellen. Ik probeerde te achterhalen waarnaar ze op zoek waren, want ik had geen idee. Na een tijdje begonnen ze vragen te stellen over Anonymous. Ik kon vijf jaar gevangenisstraf en een boete van 100.000 dollar krijgen. Het ging om het neerhalen van de site van Scientology. Ik had geen idee dat wat ik had gedaan had, als zo’n grote misdaad werd beschouwd.  Ik dacht dat ik misschien op mijn vingers getikt zou worden, of een boete van 200 dollar zou krijgen. Op dat moment gaf ik toe dat ik het gedaan had.’

Brian kreeg een straf die in zijn ogen extreem buitenproportioneel was. Een jaar gevangenisstraf met een jaar voorwaardelijke vrijlating. Hij mocht in dat jaar geen computer aanraken. En hij mocht zich niet bewust verenigen met de leden van Anonymous.

De uit 4Chan ontstane strijd tegen Scientology wordt wel gezien als de geboorte van Anonymous als beweging. En van ‘hacktivisme’ als protestvorm. De video waarin Anonymous verklaart Scientology te gaan neerhalen en vernietigen, was de eerste video waarin Anonymous zich als beweging presenteerde. In de daaropvolgende ‘call to arms’-video nodigt Anonymous iedereen uit op te komen voor mensenrechten en vrijheid van meningsuiting, door in diverse wereldsteden te demonstreren voor de Scientology-centra. In een derde ‘code of conduct’-video geeft Anonymous adviezen voor het gedrag van de demonstranten: neem geen wapens mee, kleed je gepast, en bedek je gezicht. Gelaatsbedekking was nodig omdat de Scientology kerk een reputatie had dat ze mensen achtervolgde en het leven van criticasters lastig maakte. De demonstranten wilden daarom hun identiteit beschermen. Ze kozen ervoor het ‘Guy Falkes’-masker uit de film ‘V for Vendetta’ te dragen. In de eindscene van die film vecht een enorme anonieme menigte tegen een hogere macht, en overwint.

Tegen de verwachting van de leden van Anonymous in, brachten de video’s destijds tienduizenden mensen op de been, in meerdere wereldsteden. Het was surrealistisch en overweldigend voor hen. Eén van de leden zegt daarover: ‘Het was alsof een kind met te weinig zelfvertrouwen groot en sterk geworden is, en voor het eerst iemand in zijn gezicht slaat en merkt: holy shit, ik ben echt sterk.’ De leden van 4Chan, de leden van Anonymous, ze ontmoetten elkaar voor het eerst in de fysieke wereld en waren daar voor elkaar niet langer anoniem.

Anonymous is een netwerk van relaties: vele activisten met verschillende vaardigheden, motivaties en opvattingen, die verschillende kwesties willen aankaarten, van tamelijk luchtig tot heel serieus. Ze delen informatie, middelen en technieken. Daarbij overtreden ze soms ook de wet en maken ze vijanden. Leden van Anonymous, zogeheten ‘Anons’, worden ook wel getypeerd als terroristen of cyberhooligans. Anonymous noemt zichzelf ‘the final boss of the internet’. Het is een groep naamloze, gezichtsloze mensen die inmiddels een geopolitieke invloed heeft. De beweging zegt op te komen voor vrijheid van meningsuiting en de kracht van mensen om te protesteren tegen regeringen, en fouten recht te zetten. Anonymous is fel gekant tegen censuur. (Voor meer informatie klik hier.)

Reflectievragen

Overheden willen politieke participatie bevorderen. Een aantal overheden experimenteert met nieuwe vormen om burgers een stem te geven in het democratische proces. Tegelijkertijd zien we een vorm van activisme waarbij de deelnemers zeggen te strijden voor democratische idealen als de vrijheid van meningsuiting en maximale invloed van burgers op het bestuur.  Hoe verhouden deze twee ontwikkelingen zich tot elkaar?
DDos-aanvallen kunnen veel schade aanrichten. Schade bij overheden: denk aan publieke infrastructuren en voorzieningen die worden geraakt. En schade bij bedrijven: economische schade doordat de dienstverlening (tijdelijk) stopt, en reputatieschade in de vorm van verminderd vertrouwen van klanten in die bedrijven. Kan er een rechtvaardiging zijn voor het toebrengen van dergelijke schade?  

Een interessante casus rondom die vraag, komt uit Duitsland. Daar legden cyber-activisten in 2001 de site van luchtvaartmaatschappij Lufthansa plat. Het was protest tegen de medewerking van Lufthanse bij deportatie van immigranten. De zaak is uitgevochten tot aan het Duitse hooggerechtshof, die de DDos-aanval uiteindelijk als een legitieme vorm van protest oormerkte, omdat de actie specifiek gericht was op beïnvloeding van de publieke opinie.

Een argument om DDos-aanvallen te rechtvaardigen is dus wanneer deze aanval niet is uitgevoerd om economische schade te veroorzaken, maar om de publieke opinie te beïnvloeden. De economische schade is zo bezien een tijdelijk en beperkt neveneffect van de actie. Dat roept de vraag op naar proportionaliteit. Want om dit argument te kunnen volgen, zou de schade als gevolg van politiek getinte DDos-aanvallen altijd zo tijdelijk en beperkt mogelijk moeten zijn.

De proportionaliteit is ook andersom aan te vliegen. Uitgaande van een misdrijf en aangerichte schade voor overheden of bedrijven, staan de uitgedeelde straffen dan in verhouding tot de gepleegde misdrijven?

In een documentaire over Anonymous hangt iemand die aan DDos-aanvallen heeft meegewerkt 15 jaar gevangenisstraf en boete van 250.000 dollar boven het hoofd. Haar advocaat ligt het als volgt toe: ‘Dit is geen zaak die te maken heeft met identiteitsdiefstal, het publiceren van vertrouwelijke emails, schending van rechten, diefstal van diensten, of het neerhalen van bedrijven. Het is een zuiver geval van “cyber sit-ins”. Het is een digitale variant van de demonstraties op de hoek van de straat. Het voertuig is anders, maar het effect is hetzelfde.’

Deze advocaat vindt de geëiste straf buitenproportioneel en voert het argument aan dat de DDos-aanval een vorm van protest en meningsuiting is. De achterliggende vraag is of DDos-aanvallen met een bepaalde beperkte en tijdelijke schade wel of niet als gelegitimeerde vorm van protest aangemerkt kunnen worden.  

Los van het antwoord op die vraag, roept dit een volgende vraag op: Zijn er voldoende mogelijkheden voor digitaal protest, nu onze sociale levens zich meer en meer afspelen op het internet? Richten de huidige wettelijke mogelijkheden om te protesteren zich nog te veel op ‘fysieke protesten’ en nog te weinig op ‘digitale protesten’? Welke andere, nieuwe vormen van digitaal protest of activisme zijn er? Welke van die vormen zou de wetgever kunnen of moeten stimuleren? Of zijn sociale media en allerlei andere digitale platforms vooral een (communicatie)middel om zoveel mogelijk mensen te mobiliseren voor fysieke bijeenkomsten en protesten?

 

Bron: We are legion, the story of the hacktivists, 2012.

Abonneer u op mijn nieuwsbrief! Wanneer een nieuwe blog verschijnt, ontvangt u per mail een attendering. U kunt u op elk gewenst moment weer uitschrijven.