Dertigers die doen

DertigersDieDoen

‘Elke dag ben ik wel een paar keer werkloos. En ik vind ook elke dag wel een paar keer mijn baan’, zegt Joost. Hij is één van de dertigers die in een recente documentaire vertellen over hun nieuwe blik op oude vanzelfsprekendheden. Allemaal zijn ze opgegroeid met het idee dat hun studie vrijwel automatisch wordt opgevolgd door het huisje, boompje, beestje en het mooie baantje. Er is hun een ‘droombestaan’ voorgespiegeld van de vlijtig werkende consument. Nu die droom zou moeten uitkomen, is de harde werkelijkheid dat ze in het huidige systeem vrijwel geen banen kunnen vinden. En omdat er niet veel werk te vinden is, maar er wel veel werk is om te doen, starten ze hun eigen ondernemingen.

Het ondernemerschap leert hen anders te kijken naar thema’s als carrière, inkomen, tijd en vrije tijd. Het maakt hen bewust dat andere dingen belangrijk zijn, en dat ze een aantal begrippen moeten herdefiniëren en herwaarderen.

Neem de begrippen ‘banen’, ‘werk’ en ‘werkloosheid’. Joost verwoordt het treffend: ‘Werk en werkeloosheid zijn begrippen uit een tijd dat banen opgesloten zaten in grote bureaucratieën en bedrijven. Ik heb nog nooit een baan gehad, maar ik werk wel. Je kunt namelijk op veel manieren werk organiseren rondom jezelf.’

Het is voor deze dertigers belangrijk om met hun eigen handen dingen te kunnen maken. Ze stappen over van het model van de werkende consument naar het model van de ondernemende ambachtsman. Petra zegt: ‘Ik ben zelfverzekerder doordat ik handen heb die meer kunnen dan alleen de telefoon opnemen en typen’. Ze kan bijvoorbeeld eten maken, verbouwen, timmeren en breien. Joost stelt zich een lijst voor met ’50 topskills die je moet masteren voor een topleven’. Hij maakt vast een begin: ‘een beest slachten, een stoel timmeren, omgaan met irritatie en boosheid, je vrouw, je vrienden en je moeder liefhebben, grote groepen mensen mobiliseren…’. De wens om meer concrete vaardigheden te beheersen komt voort uit de behoefte om op een basaal niveau voor jezelf te kunnen zorgen. Bovendien bevrijdt het hen van het consumentisme: door het zelf te maken, hoeven ze het niet in winkels te kopen.

Met hun ambachtelijke en sociale ondernemingen poogt deze generatie een circulaire economie gestalte te geven. Daarin krijgen waarde, geld en status een andere betekenis.

Robin maakt er een sport van om door bedrijven weggegooide etenswaren uit vuilcontainers te vissen. Waarom zou een versproduct dat overdag in de schappen ligt, na sluitingstijd opeens geen waarde meer hebben? De economische waarde is weg, maar dat betekent nog niet dat het voedsel opeens compleet waardeloos is en daarom weggegooid moet worden. Door het samen met anderen te verzamelen en op te eten, geeft hij het eten weer sociale waarde en voedingswaarde.

Het is geen doel op zich om met zo min mogelijk geld te leven. Ze willen geld in hun leven een veel minder grote rol van betekenis laten spelen. Wanneer je spullen hergebruikt en weinig tot geen nieuwe dingen koopt, merk je dat je niet zo veel nodig hebt, zo luidt de gedachte. ‘De leukste reis is de budgetreis en we zijn nu op een lange budgetreis’, zegt Joost.

Waarom zouden we onze welvaart omzetten in troep die we niet nodig hebben, om indruk te maken op mensen die we niet interessant vinden? In de nieuwe wereld hebben mensen een hoog aanzien als ze goede ideeën hebben en op een inspirerende manier met hun omgeving omgaan. Deze dertigers manifesteren zich via publieke waardecreatie en maatschappelijke impact. En niet via de hoogte van hun bankrekening en hypotheek.

Als je minder spullen koopt, verlaagt dat de druk om van alles te financieren en daarmee de druk om te lang, te veel en te hard te werken. Je wint zo tijd terug om met interessante mensen om te gaan. En door spullen te delen, is er voldoende beschikbaar. Delen is praktisch en sociaal, en biedt de benodigde luxe.

Dit is geen generatie van politiek, maar van pragmatiek. De dertigers geloven niet in ideologische vergezichten, maar in concrete praktische stappen die ze met elkaar moeten zetten. Het zijn dertigers die doen: geen analyses over het systeem maar biologische braadworsten verkopen om wat te veranderen. Ze geloven in veranderingen die mensen zelf initiëren. Vele kleine, concrete en vaak lokale initiatieven, maken samen sociaal-maatschappelijke impact. Dit past in hun ogen niet bij de huidige rolverdeling waarin politici voor en namens anderen de maatschappelijke problemen oplossen. In hun perspectief gaan we er allemaal over. Ze geloven in een doedemocratie en niet in een vertegenwoordigingsdemocratie.

‘Niemand van de jongeren wil nog lid worden van een vakbond of een politieke partij, maar de vraag is of dat wel verstandig is’, zegt Rutger. Met deze uitspraak raakt hij één van de gewetensvragen van zijn generatie. Want terwijl deze dertigers een nieuw sociaal-politiek systeem nastreven en belichamen, zitten ze gevangen in een ander systeem. Een systeem waarvan ze last hebben en waar ze vanaf willen.

Enerzijds verwachten de dertigers niet dat de overheid allerlei sociale functies blijft vervullen of de economie uit het slop zal weten te trekken. Anderzijds zijn ze ontevreden over het functioneren van de huidige politiek en realiseren ze zich dat op dat niveau voor hun belangrijke beslissingen worden genomen.

Door een glimp te laten zien van een circulaire economie, en door hun nieuwe zienswijzen op oude begrippen, houden de dertigers ons een spiegel voor. Het leidt tot vragen over de manier waarop we nu werken en samenleven, over de keuzes die we maken en de rollen die we vervullen.

Tegelijkertijd maken ze een te scherp onderscheid tussen enerzijds het lokale doen en anderzijds het landelijke denken. Het is geen doedemocratie of vertegenwoordigingsdemocratie, maar beide democratieën tegelijkertijd. Dat vraagt van deze generatie dertigers dat ze op beide fronten actief zijn. Nu kiezen ze enkel voor de doedemocratie.

Het zou goed zijn als deze generatie zich massaal zou melden bij koepelorganisaties, politieke partijen en andere instituties. Ten eerste omdat ze dan invloed kunnen uitoefenen op de plaatsen waar nu de besluiten worden genomen. Het is een goede manier om de door hen beoogde transitie naar een meer circulaire economie en maatschappij te realiseren. Ten tweede omdat zowel in de doedemocratie als in een vertegenwoordigingsdemocratie sprake is van governancevraagstukken. Waar mensen in groepen leven en werken, daar ontstaat een besluitvormingsstructuur. Dat geldt evenzeer op lokaal niveau als op landelijk niveau. De dertigers hebben daarom niet alleen inhoudelijk, maar ook procesmatig veel te bieden. Andersom kunnen zij leren van de manier waarop het er nu aan toe gaat in die vertegenwoordigingsdemocratie. De manier waarop we de governance vorm geven, die is misschien toe aan een grondige herziening volgens de nieuwe principes van de dertigers. Maar dat kan slechts wijzigen als deze dertigers ervoor kiezen om ook daaraan mee te doen.

Abonneer u op mijn nieuwsbrief! Wanneer een nieuwe blog verschijnt, ontvangt u per mail een attendering. U kunt u op elk gewenst moment weer uitschrijven.