Autonome professionals

Autonome professionals

Als iemand zichzelf als filosoof introduceert, schept dat zo zijn verwachtingen. Toen tijdens een groepsgesprek over sociale grondrechten een filosoof het woord nam, spitste ik mijn oren. Hij sprak lang en drukte hij zich uit in allerlei abstracte en theoretische noties. Misschien wel precies zoals je van een filosoof verwacht. Ik vond het wel een interessant verhaal en wilde wel eens met hem van gedachten wisselen.

Maar zoals dat gaat in de hectiek van alledag kwam het er niet van hem te benaderen voor een afspraak. Enkele maanden later schoof hij toevallig aan bij een workshop waarvoor ik ook was uitgenodigd. Soms regelt het universum de dingen voor je. Het thema was nu de ontwikkeling van democratieën vanuit internationaal perspectief.

Om het gesprek in goede banen te leiden hadden de workshopleiders een format gemaakt waarbij eerst in deelgroepjes aan opdrachten werd gewerkt. Daarop volgden terugkoppelingen per deelgroep en een reflectiegesprek met de hele groep.
Bij de terugkoppeling kreeg de filosoof als eerste het woord. Weer sprak hij langdurig. Dit keer over hoe het format niet paste bij zijn denken. Over hoe onjuist en onbruikbaar het format was. En over de vragen die via het format niet ter sprake kwamen: de vragen die hij wenste te bespreken.

Ik zag de gespreksleiders onrustig worden. De vragen die de filosoof opwierp waren helemaal niet de vragen die zij centraal wilden stellen. En ja, zij hadden met het format geworsteld, maar dit was nu even het format waarmee we het moesten doen.

Na de filosoof koppelden enkele andere personen hun inzichten terug. Meerdere keren onderbrak de filosoof het gesprek waarbij hij zijn kritiek op het format herhaalde. Het kwam niet tot een goed gesprek.

Ik merkte dat ik veel minder onder de indruk van de filosoof was, dan bij de eerste ontmoeting. Zijn optreden sloot niet aan bij wat ik van een filosoof verwacht. Een onafhankelijke geest, een vrijdenker, allemaal mooi en misschien wel de kern van een filosoof. Maar is niet ook onderdeel van een lenige geest dat deze zich soms kan aanpassen aan wat wordt gevraagd? Omwille van het hogere doel: elkaar helpen, samen vooruit komen.

Afgelopen week zag ik dit gedrag in mijn eigen team voorbij komen. Ik doel op het mechanisme waarbij zogeheten ‘autonome professionals’ eenvoudige hulpvragen niet meer kunnen beantwoorden, en immer de fundamenten van een aanpak of de hulpvragen zelf ter discussie stellen. Nog erger wordt het als die professionals de beantwoording van hun kritiek als noodzakelijke voorwaarde zien om zelf in beweging te komen. Zo lang hun kritiekpunten niet zijn geadresseerd, blokkeren ze. Letterlijk en figuurlijk.

‘Kan je ons congres onder de aandacht brengen van je netwerk? Gewoon even doormailen naar een aantal mensen? Er is nog plaats voor 40 deelnemers en het zou zonde zijn als we veel legen stoelen hebben.’
‘Nee dat kan ik niet, want ik ben het oneens met de opzet van het congres. Ik heb die kritiek al eerder aan je gemaild en ik zie niet dat je er wat mee hebt gedaan.’

Als je in een team met ‘autonome professionals’ werkt, moet je als professionals accepteren dat niet alles op jouw manier gaat. Een kritische houding is goed. Maar als je voorbij gaat aan eenvoudig te beantwoorden hulpvragen wordt het disfunctioneel. Simon Sinek vat dit mooi samen:

‘One of the best paradoxes of leadership is a leader’s need to be both stubborn and open-minded. A leader must insist on sticking to the vision and stay on course to the destination. But he must be open-minded during the process.’

Abonneer u op mijn nieuwsbrief! Wanneer een nieuwe blog verschijnt, ontvangt u per mail een attendering. U kunt u op elk gewenst moment weer uitschrijven.